De geur die er vanaf komt slaat ons in het gezicht. Ik kijk David geschrokken aan. ‘Mijn hemel wat is dat voor lucht!’ Roept hij uit. Ik trek mijn schouders op en als we de deksel van het doosje er af halen zien we twee poppetjes in het doosje zitten. Als het doosje eenmaal open is vervliegt de geur al gauw en is het bijna alsof we het ons hebben verbeeld. David pakt één van de poppetjes op en bekijkt het goed. ‘Wat moet dit voorstellen?’ Ik bekijk het voorwerp in David zijn handen ook goed. Het ziet eruit als een klein poppetje, het heeft tanden, haar en het lijkt een beetje op een soort van voodoo poppetje. Hoe langer ik ernaar blijf kijken hoe meer kippenvel ik over mijn hele lichaam krijg. De tanden lijken op echte tanden en het haar, ja geen idee eigenlijk. ‘Het lijkt wel of het echte tanden zijn en dat haar ook.’ Antwoord ik. Zodra ik dat zeg bekijkt David het nog beter en niet veel later legt hij het poppetje terug in de doos. ‘Gadver, ik geloof dat je gelijk hebt.’ Hij legt het doosje op mijn bed en loopt naar de badkamer waar ik hoor dat hij zijn handen aan het wassen is. Ik pak het doosje voorzichtig op en zie het tweede poppetje ook liggen, ik durf het eigenlijk niet meer op te pakken dus ik bekijk het vanuit het doosje. ‘Het zijn twee poppetjes.’ Antwoord ik als ik zie dat er gewoon nog één in zit. ‘Dit is echt zo ranzig!’ Hoor ik David vanuit de badkamer roepen. ‘Ik denk dat we het gewoon moeten weggooien.’ Hoor ik hem daarna nog roepen en hij loopt terug de slaapkamer in met een handdoek in zijn handen waarmee hij zijn handen droogt. ‘Ik weet niet hoor.’
‘Je gelooft toch niet echt dat dit iets boven natuurlijks is?’ Ik trek mijn schouders op en blijf naar het doosje kijken, ik voel dat ik weer kippenvel krijg. ‘Ik weet het niet, ik ben er niet bekend mee.’ Dan zie ik mijn mobiel op het kastje staan en ik loop er heen en stop de video opnamen. ‘Het is toch bizar dat iemand iets van voodoo achtige poppetjes in een doosje doet?!’ Roep ik verbaasd uit. David trekt zijn schouders op. Hij pakt het doosje op en legt het op mijn kastje achter mijn bed. ‘Ik denk echt niet dat er…’ Plots word er keihard gebonkt op de voordeur. Ik geef een kleine gil en David kijkt mij geschrokken aan. ‘Wat is dat?’ Roept hij uit. ‘Er word op de voordeur gebonkt.’ Zeg ik zachtjes, alsof de persoon ons kan horen. Na een paar seconde, die aanvoelen als minuten, sta ik snel op en loop naar de voordeur. Als ik deze open trek staat er niemand. Ik loop naar buiten maar zie niemand, dan loop ik naar het trappenhuis en kijk of daar misschien iemand is. ‘Hallo?’ Roep ik nog. Na een paar seconde daar stil gestaan te hebben en geluisterd of iemand antwoord, krijg ik geen gehoor en besluit daarom terug naar binnen te gaan. Als ik terug naar binnen loop kijkt David me vragend aan. ‘Ik heb geen idee.’ Ik sluit de deur achter me dicht en loop weer naar de woonkamer toe. ‘Ik denk dat we onszelf nu gewoon gek lopen te maken. Laten we naar buiten gaan en ergens wat eten.’ Ik knik, misschien heeft David wel gelijk en horen we nu wel dingen die er helemaal niet zijn of gebeuren. We hebben net waarschijnlijk voodoo achtige poppetjes vastgehouden, iets wat van echte mensen is geweest. Eigenlijk behoorlijk vies dat je zulke dingen online kan bestellen.
Als we in een café zitten en ons eten hebben besteld, blijf ik er maar over na denken. Ook over dat gebonk op de deur dat we hoorden of dachten te horen. Het blijft maar door mijn hoofd spoken. ‘Misschien was het niet de voordeur wat we hoorden.’ Begint David in eens en doorbreekt daarmee de stilte. Ik kijk hem vragend aan. ‘Misschien waren het gewoon de buren, je appartement is behoorlijk gehorig.’ Ik knik. ‘Ja, dat zal het waarschijnlijk wel gewoon zijn.’ Besluit ik in mee te stemmen. Als ons eten word gebracht, bedanken we de man vriendelijk en beginnen aan onze lunch. ‘Het lijkt wel alsof ik me in eens heel anders voel.’ David kijkt me lachend aan en schud zijn hoofd. ‘Ik denk dat je jezelf gek aan het maken bent. Er is niets gebeurd…’ David neemt een hapje van zijn eten en kijkt mij aan. Als hij klaar is met het hapje eten gaat hij verder. ‘…Behalve die afschuwelijke geur en het vieze poppetje is het helemaal niets. En wij noemen het een “voodoo” poppetje misschien is het gewoon een normaal poppetje en hebben ze het gewoon zo eng gemaakt om het echter te laten lijken.’ Ik knik slechts. ‘Je weet dat er nep haar en nep tanden op deze wereld bestaan hé, die je ook online kunt bestellen.’ Daar heeft David een punt. Je kunt online echt mensen haar bestellen en tegenwoordig kun je ook tanden bestellen. Als ze dit soort boxen verkopen is het gewoon om mensen bang te maken. Iedereen die zo iets besteld hoopt dat het echt is en dat er iets spannends gebeurd. Het enige spannende wat er is gebeurd is of je niet zou flauwvallen van de geur dat uit het doosje komt.
Als we klaar zijn met eten besluiten we afscheid te nemen bij het café en gaan we ieder onze weg. David moet zo werken en ik ga weer lekker naar huis. Als ik thuis aan kom zie ik dat mijn moeder bij haar auto staat. ‘Hey!’ Roep ik enthousiast. Ik loop op haar af en zie dat Maikey op de bank zit, hij begint spontaan te kwispelen van blijdschap. ‘Hey Maikey!’ Roep ik enthousiast en hij begint nog harder te kwispelen. ‘Bedankt dat je hem even naar de trimsalon hebt gebracht.’ Zeg ik tegen mijn moeder. Ze kijkt me lachend aan. ‘Geen enkel probleem.’ Ik laat Maikey uit de auto en hij springt, zo blij als hij is, tegen mij op. Ik ga door mijn knieën en geef hem een stevige knuffel. ‘Kom je nog even mee naar boven?’ Mijn moeder knikt. Maikey staat al bij de beneden deur om naar binnen te gaan. Ik open de deur en hij rent direct naar boven, mijn moeder en ik sloffen er achteraan. Als we binnen komen is de vieze stink lucht weer terug. ‘Jeetje Marnie!’ Roept mijn moeder geschrokken en ze doet direct haar hand voor haar neus. Ook ik schrik van de enorme stank in mijn huis. Ik laat mijn voordeur open en loop snel naar de deur van het balkon en gooi de deuren tegen over elkaar open. Het is dezelfde geur als toen we het doosje opende. ‘Mijn hemel, wat heb je gedaan?’ Ik trek mijn schouders op. Ik wil mijn moeder niet laten weten dat ik zo’n doosje online heb besteld. Mijn moeder gelooft zwaar in geesten en het boven natuurlijke. Als ik haar zou vertellen dat ik zoiets heb besteld rent ze gillend het huis uit. ‘Ik heb werkelijk waar geen idee.’ Na een kwartier trekt de vieze lucht gelukkig weg.
Mijn moeder is gezellig blijven eten en is daarna eigenlijk al snel weer naar huis gegaan. Nadat mijn moeder weg is gegaan ben ik op de bank gekropen en ben ik tv gaan kijken. Maikey loopt ongeduldig heen en weer en geeft daarmee aan dat hij echt even naar buiten moet. Als ik op mijn mobiel kijk zie ik hoe laat het is en weet ik dat het tijd is om zijn laatste rondje te lopen voor vandaag. Ik loop naar de gang en pak Maikey zijn riem. ‘Kom jongen, dan gaan we wandelen.’ Maikey staat bevroren voor de deur naar de hal en ik zie zijn nekharen omhoog gaan. ‘Kom jongen! Plassen?’ Niet veel later schud hij even met zijn kop en komt dan vrolijk naar mij toe en gaan we naar buiten. Als we beneden aankomen zijn alle straatlampen uit, dit geeft me even een kippenvel moment. Ze hebben in het verleden wel vaker problemen gehad met dat ze het niet doen of dat er een paar kapot zijn. Maar dat is al zo’n tijd geleden dat ik, na wat er vandaag is gebeurd, gewoon koude rillingen van krijg. Ik loop naar een grasveld, vlak voor mijn deur, waar ik weet dat hij altijd redelijk snel, vooral in de avond, zijn behoefte doet. Omdat het zo donker is zie ik geen hand voor ogen. Maikey trekt aan de riem en geeft daarmee aan dat hij eigenlijk nog verder het donker in wilt maar ik wil eigenlijk niet verder. Als Maikey nog een keer flink aan de lijn trekt word ik meegetrokken het donker in. Ik woon hier al een tijdje dus ik ken deze plek goed en weet precies waar het pad zit. Als Maikey door zijn benen gaat en in de poephouding gaat zitten ben ik opgelucht, dan kunnen we snel naar binnen. Als Maikey klaar is hoor ik achter ons wat bewegen. Ik draai me verschrikt om maar zie niemand. Ook Maikey lijkt het gehoord te hebben en komt meteen voor me staan. In eens begint hij uitbundig te blaffen. ‘Maikey hou op, er is niets!’ Roep ik nog maar hij begint steeds erger te worden. Hij begint zelfs te grommen, te blaffen en aan de riem te trekken. ‘Maikey!’ Roep ik streng, maar het maakt geen indruk. Een paar seconde nadat ik hem streng toesprak stopt hij in eens met blaffen en gaat hij zitten. Ik kijk verbaasd op als hij dit doet. Uit het niets schieten alle straatverlichtingen aan en geef ik een kleine gil van de schrik. Mijn hart klopt als een bezetenen en ik begin enorm te zweten. ‘Kom Maikey we gaan naar huis.’ Ik geef een ruk aan zijn riem en we lopen snel naar huis toe.