Deel 4

‘Marnie, kun jij even naar mevrouw van Hoogen lopen, ze wilt je wat vragen.’ Ik knik en laat een kleine, zachte, zucht ontsnappen. Terwijl ik naar de juiste verdieping loop denk ik terug aan wat er een week geleden is gebeurd. Toen had ik dat doosje ontvangen en die hele dag was zo afschuwelijk, er gebeurde van alles op die dag. Nu een week later is er niets meer gebeurd dus ik denk dat ik mezelf gewoon helemaal gek heb lopen maken om helemaal niets. Als ik op de juiste verdieping aan kom klop ik op de deur van mevrouw van Hoogen. ‘Binnen.’ Klinkt er nors aan de andere kant van de deur. Ik open de deur en lach vriendelijk naar mevrouw van Hoogen. ‘Goedemorgen.’ Zeg ik zachtjes. ‘Ga zitten.’ Ze wijst naar de stoel en ik neem plaats. ‘Je contract verloopt bij ons bedrijf en ik wil daar graag even met je over praten.’ Ik kijk mevrouw van Hoogen met grote ogen aan. Ik weet dat mijn contract bijna verloopt maar het feit dat ze me bij haar roept zal niet veel goeds betekenen. ‘Hoe vind je dat je het doet?’
‘Naar mijn mening gaat het goed en voel ik me hier op mijn plaats.’ Mevrouw van Hoogen knikt slechts. Er valt even een stilte in de ruimte en ze kijkt me slechts aan. Dan schraapt ze haar keel en gaat ze recht zitten in haar stoel. ‘Ik heb niet zo goed nieuws.’ Ik voel mijn hartslag meteen sneller kloppen en het lijkt wel alsof we in een sauna zitten. ‘O?’ Is het enige wat ik kan uitbrengen. ‘We gaan uw contract niet verlengen.’ Ik voel branderigheid in mijn ogen maar ik wil niet in huilen uitbarsten waar zij bij staat. Ik schraap mijn keel en kijk haar strak aan. ‘Mag ik vragen waarom?’ Krijg ik er nog net uit. Ze knikt slechts haar hoofd. Ze begint iets te zeggen maar het lijkt niet binnen te komen. ‘Vast contract…’ Hoor ik heel even erboven uit komen. Ah, ze wilt me gewoon geen vast contract geven. ‘Je mag eventueel over drie maanden weer terug komen, maar ik kan…’ In eens hoor ik een luid gebonk. Ik draai me naar de bonk maar als ik naar mevrouw van Hoogen kijk lijkt zij niets gehoord te hebben. Nogmaals hoor ik een luide bonk. Het gevoel van kippenvel komt weer omhoog. ‘Marnie?’ Ik word uit mijn gedachten gehaald en kijk mevrouw van Hoogen aan. ‘Snap je wat ik je zojuist heb vertelt?’ Ik zit na te denken of ik nog iets naar voren kan halen van wat ze zojuist heeft gezegd. ‘Ik geloof het wel.’ Antwoord ik dan maar voorzichtig. Mevrouw van Hoogen knikt. ‘Dan wens ik je veel succes en misschien tot over drie maanden.’ Ik knik. Ik sta op en verlaat het kantoor van mevrouw van Hoogen.

Als ik in de gang sta hoor ik de deur achter me dicht slaan. Ik draai me even om en kijk naar de gesloten deur. Als ik me weer omdraai om mijn weg naar mijn eigen verdieping te maken herken ik helemaal niets meer. Waar ben ik nu weer beland?! Ben ik aan het dromen? Ik knijp mijzelf in de arm, het doet pijn dus dan moet dit echt zijn. Maar waar ben ik dan nu beland. Als ik in eens mensen mijn kant op zie lopen die druk aan het praten zijn kijk ik ze verbaasd aan. Ze lijken mij niet eens te zien. Er komt een jonge meid op me afgelopen, die probeert de mensen bij te houden maar het lukt haar niet. Ze heeft super veel papierwerk in haar handen en het staat op het punt van vallen. Dan komt er een man uit de kamer gelopen en die knalt keihard tegen de meid aan. Alle papieren, die ze vast hield, vallen op de grond en verspreiden zich over de hele vloer. ‘Het spijt me.’ Hoor ik de man zeggen. De man en de jonge vrouw gaan beide door de knieën en pakken alle gevallen papieren op. Als ik de rest van de gang door kijk zie ik een man mijn kant op staren. Ik voel me lichtelijk ongemakkelijk. In eens horen we een keiharde gil vanuit één van de kamers komen. Het meisje en de man laten alles meteen weer vallen en lopen richting het gegil. ‘Oh…. mijn…. hemel!’ Roept het meisje uit en begint daarna histirisch te gillen. Ik krijg er kippenvel van op mijn armen. Ik loop ook snel naar de kamer, waar inmiddels nu een hoop mensen staan, en zie daar een bloedbad op de grond liggen. Ik voel een vlaag van misselijkheid omhoog komen, dit is niet iets wat ik wil zien. Ik doe snel een paar stappen achteruit en verlaat de kamer zo snel als ik kan. Als ik in de gang sta bots ik op tegen diezelfde man die me zojuist eng zat aan te kijken. Alle haren springen spontaan omhoog. Ik loop zo snel als ik kan van hem weg en zoek de toiletten op, als ik daar binnen ben blijf ik tegen de deur aan staan en sluit mijn ogen om mijzelf weer even rustig te krijgen.

Ik voel een klap tegen de deur en ik schrik ervan. Ik open mijn ogen en het toilet ziet er in eens anders uit, zoals ik gewend ben. Ik doe snel een stap van de deur weg en er komt een vrouw binnen. ‘Goedemorgen.’ Antwoord ze vriendelijk en ze gaat één van de toiletten naar binnen. Ik ben helemaal in de war, wat is er zojuist gebeurd? Ik open de deur naar de hal en zie mijn werkvloer weer. Ik sluit de deur weer en loop naar de wastafel. Wat is er zojuist gebeurd? Wat heb ik zojuist gezien? Ik doe wat water in mijn handen en leg mijn natte handen voorzichtig in mijn gezicht en dep het overgebleven water in mijn nek. Al het overtollige water dep ik met een papiertje droog. De vrouw komt weer de toilet uit en kijkt mij bezorgd aan. ‘Gaat het goed? Je ziet wat pips.’ Ik kijk de vrouw aan en knik voorzichtig. ‘Ja, ik geloof het wel.’ De vrouw lacht naar me, knikt en loopt weer weg. Ik ben nog steeds helemaal verbijsterd van wat ik zojuist heb mee gemaakt. Wat was dit? Als ik terug naar mijn werkplek loop kan ik maar niet stoppen met erover na denken. Ik neem plaats aan mijn bureau en er word zachtjes op mijn deur geklopt. Als ik naar de deur kijk zie ik James staan. ‘Hey James.’ Hij loopt naar binnen en legt wat papieren op mijn bureau. ‘Het spijt me dat je niet kan blijven.’ Ik kijk hem met grote ogen aan. ‘Ja, ik baal er enorm van.’ Hij knikt begrijpend. ‘Dat zou ik ook hebben. Dus je werkt alleen vandaag nog en dan ben je klaar?’ Ik trek mijn schouders op, ik weet eerlijk gezegd niet meer zo goed wat er is afgesproken, het gesprek met mevrouw van Hoogen is me helemaal ontgaan. ‘Kun jij deze nog even in de computer zetten en dan weer terug geven?’ Ik knik. Ik pak de stapel met papieren en begin ze te verwerken in de computer.

Aan het einde van de dag ben ik nog langs mevrouw van Hoogen gegaan en heb ik nog even gevraagd wat nu precies de bedoeling was. Ik kan me gewoon niets meer herinneren van het gesprek dat ik met haar heb gehad. Ze heeft inderdaad aangegeven dat vandaag mijn laatste dag is en dat valt nogal rauw op mijn dak. Normaal werk je iemand in, maar ze vertelde mij dat dat niet nodig was. Nu zit ik aan mijn eettafel en krijg ik geen hap door mijn keel. Ik besluit mijn avond eten in de prullenbak te gooien en dat ik voor de televisie ga zitten. Het nieuws komt net, mooi dan kan ik eens zien wat er nog meer voor ellende in de wereld is geweest. ‘Goedeavond allemaal, vandaag beginnen we met nogal tragisch nieuws…’ Ondertussen krijg je beelden te zien van het gebouw en de hal met linten. Mijn hart stopt direct, ik kijk met grote ogen naar de beelden, maar ik hoor niet meer wat er gezegd word. Mijn hart lijkt in mijn keel te zitten en mijn oren beginnen te ruizen. Ik schud slechts mijn hoofd en kan niet geloven wat ik nu zie.

Plaats een reactie