Deel 5

Ik raak uit mijn roes en luister naar wat er zojuist gezegd word op de televisie. Ik zet het geluid van de televisie zelfs harder zodat ik niets kan missen. ‘…Het ziet er naar uit dat er een moord is gepleegd in één van de kantoor panden. De politie is nog bezig met het onderzoek en laat verder nog niets los over het voor geval. We zullen moeten afwachten wat het onderzoek aantoont.’ Zegt de man op de televisie. Je ziet nog steeds beelden voorbij komen. Ik sluit even mijn ogen en denk terug aan die “rare droom” waar ik in zat, het is precies dezelfde gang. Ik open mijn ogen weer, op dat zelfde moment zie ik beelden van iemand die het heeft gefilmd met haar mobiel hoe de mensen in die ene kamer staan te kijken, dan krijg ik koude rillingen over mijn hele lichaam want hetzelfde meisje dat al haar papieren liet vallen zie ik daar tussen staan. Ik sla mijn hand voor mijn mond en begin een beetje te trillen. Ik pak snel mijn mobiel en bel ik David meteen op. ‘Hallo dit is David, ik ben er nu even niet dus laat wat achter.’ Vervolgens hoor ik een luide piep. ‘David!’ Ik merk dat ik in paniek ben. Ik begin hem meteen alles te vertellen wat er vandaag is gebeurd en wat ik zojuist op het nieuws zie. Aan het einde van mijn bericht vraag ik hem om mij zo snel mogelijk terug te bellen. Ik leg mijn mobiel op de salontafel en bedenk me dat het doosje nog steeds in mijn slaapkamer ligt. Meteen sta ik op en loop ik naar mijn slaapkamer om het doosje te bekijken, Maikey rent meteen achter me aan. Als ik de deur open gooi voel ik een koude wind langs me heen gaan. Maikey staat meteen stil en begint uitbundig te grommen. Ik draai me naar hem om en zie hoe Maikey zijn kop weg draait en zogenaamd iets lijkt te volgen. Ik laat het voor nu maar even gaan want ik zie niets. Ik pak het doosje vast en terwijl ik het vast pak lijkt het alsof er minder gewicht in het doosje zit en er rammelt ook minder in het doosje dan de eerste keer dat ik het op pakte. Ik haal de deksel er vanaf en zie dat er nog maar één poppetje in het doosje zit. Mijn hart begint sneller te kloppen. Ik kijk meteen of het misschien op het kastje zelf ligt of misschien ergens op de grond, maar ik kan het nergens vinden. In eens schiet het te binnen dat ik alles heb gefilmd, misschien heb ik iets gemist. Ik loop zo snel als ik kan naar mijn mobiel terug en zoek het filmpje op tussen mijn foto’s en filmpjes op mijn mobiel. Ik bekijk het filmpje nauwkeurig en zie hoe ik de grotere doos achter me neer gooi. Er lijkt een briefje uit de doos te vallen terwijl ik die doos achter me neer gooi. Mijn hart gaat als een razende tekeer en ik besluit snel naar mijn kamer terug te lopen en te kijken. Als ik in mijn kamer kom zie ik de doos liggen, ik til deze op en kijk of het papiertje er nog in zit, helaas niets. Ik ga snel op mijn knieën en kijk of het misschien onder mijn bed terecht is gekomen. ‘Hebbes.’ Ik zie een papiertje liggen en ga snel op mijn buik liggen en strek mijn arm onder het bed om het papiertje te pakken. Omdat ik er net niet helemaal bij kom, draai ik mijn hoofd naar de muur zodat ik nog dichter tegen het bed aan kan om het papiertje te pakken. Plots voelt het alsof mijn arm vast gepakt word, het is koud en ik trek van schrik meteen mijn arm terug. Ik draai mijn hoofd meteen om en kijk onder het bed maar zie niets. Ik bekijk mijn arm en ik zie een soort van lichte afdruk dat lijkt op een hand. Spontaan voel ik me misselijk worden. Ik sta zo snel als ik kan op en ren naar het toilet waar een vlaag van braaksel het toilet in gaat. Na het overgeven bekijk ik mijn arm nog eens een keer en verdwijnt de lichte afdruk langzaam. ‘Je loopt jezelf gek te maken Marnie, stop ermee!’ Ik adem diep in door mijn neus en uit door mijn mond. Ik sta weer op en loop naar de wasbak waar ik wat water in mijn mond neem om mijn mond te spoelen. Als ik omhoog kom en ik kijk in de spiegel lijkt het alsof mijn douchegordijn heen en weer gaat. Ik ben zo gespannen en heb zoveel adrenaline in mijn lichaam zitten dat ik niet meer weet waar ik het moet zoeken. Als het lijkt alsof het douche gordijn mijn kant op komt draai ik me verschrikt om, het douchegordijn komt met een soort van windvlaag mijn kant op en ik stuif achteruit, tegen de deur aan die open schiet, ik verlies mijn evenwicht en val zo op de grond met mijn hoofd tegen de muur aan, alles word al heel snel zwart voor mijn ogen.

Als ik mijn ogen open doe voel ik dat mijn hoofd extreem veel pijn doet. Ik ga met mijn hand naar de pijnlijke plek en als ik het aanraak gaat er een pijnlijke steek door heen, ook voel ik nattigheid en als ik mijn hand bekijk zie ik dat het bloed. Ik probeer weer op te staan en duw mezelf omhoog via de muur. Als ik sta word ik even wat duizelig, ik blijf rustig tegen de muur aan staan tot dat de duizeligheid verdwenen is. Als ik in eens gerommel aan de deur naar de woonkamer hoor kijk ik verschrikt op. ‘Doe die deur verdomme open!’ Schreeuwt een onbekende zware mannenstem. In eens valt het mij op dat ik niet in mijn eigen huis ben. Ik ben in een soort van hal waar de deur op slot kan en dus ook op slot is. Ik zie nog 3 andere kamers en blijkbaar kan die onbekende man niet bij mij komen. ‘DOE OPEN!’ Word er keihard geschreeuwd met daarna een paar flinke dreunen tegen de deur aan. Ik probeer zo zachtjes mogelijk weg te lopen en ga één van de kamers in. Ik zie een raam en loop daar snel heen. Ondertussen worden de knallen bij de deur steeds harder, het lijkt wel alsof hij de deur open probeert te krijgen. ‘ALS IK JE TE PAKKEN KRIJG GA JE ERAAN!’ Schreeuwt de mannenstem. Mijn hart gaat enorm te keer en ik weet niet waar ik het moet zoeken. Ik probeer het raam te openen maar het lukt niet, er lijkt ook een slot op te zitten. In eens valt er een stilte bij de deur en luister ik goed. Ik voel me zo gespannen dat ik helemaal aan het trillen ben. Ik bekijk de kamer en zie dat dit niet mijn kamer is. Als ik een hele harde knal hoor schrik ik zo erg dat ik een kleine gil laat ontsnappen. Ik kijk waar ik me kan verstoppen, maar er zijn niet zoveel plekken. Ik zou onder het bed kunnen verstoppen maar daar vind hij me zo, ik zou in de kledingkast kunnen verstoppen, maar ook daar geld hetzelfde voor. Wat moet ik doen?! Ik hoor nog een keer een harde knal en dan valt het me op dat hij de deur open heeft gekregen. ‘IK KOM JE PAKKEN!’ De enige oplossing die ik me kan bedenken is nu verstoppen onder het bed en hopen dat ik daarna zo snel mogelijk eronder vandaan kan komen en weg kan rennen. Ik ga snel onder het bed liggen. Ik hoor eerst dat een andere deur word geopend. Ik begin enorm te zweten. Ik hoor dat hij van alles aan het gooien en stompen is in die andere kamer. Dan word de volgende deur met een knal geopend. Alle knallen die ik hoor doen me schrikken. Ik houd mijn handen voor mijn mond, in de hoop dat ik daardoor geen geluid maak of dat het in ieder geval minder hoorbaar is. Dan valt er een stilte. Ik voel nattigheid langs mijn wangen naar beneden gaan. De deur word met een harde knal open gegooid en een kleine gil verlaat mijn mond, maar ik hoop doordat ik mijn handen voor mijn mond heb gehouden hij dit niet heeft gehoord. ‘Je kan niet op zoveel plekken meer zijn meisje!’ Hoor ik de man zachtjes zeggen. Ik zie zijn voeten bij de deuropening staan. Hij loopt naar de rechterkant van het bed waar de kledingkast staat. Ik schuif mezelf zo zachtjes mogelijk naar de linkerkant van het bed. ‘Als ik je te pakken heb zal je er zoveel spijt van hebben…’ Ik probeer zo zachtjes mogelijk te doen, het liefst wil ik gewoon zo hard gillen in de hoop dat iemand anders me kan komen redden. De deur van de kledingkast word met een ruk open getrokken en ik hoor dat hij aan de kledingrekjes zit te trekken. ‘Hier zit je dus niet…’ Zegt hij traag. Ik kruip onder het bed vandaan, ik blijf nog even liggen op mijn buik, maar druk mezelf zo zachtjes mogelijk omhoog. Ik zie de deur wagenwijd open staan. Ik kijk waar de voeten van deze man zijn en ik zie dat hij nog steeds bij de kledingkast bezig is. Weer hoor ik een harde knal van de andere kledingkast gedeelte die geopend word. Ik ga op mijn hurken zitten, ik duw mezelf omhoog en ren zo hard als ik kan de kamer uit. Ik hoor dat hij zich meteen omdraait en ik ren de kamer uit, richting de deur naar de kamer waar hij eerst stond te bonken tegen de deur aan. ‘MEISJE!’ Hoor ik hem schreeuwen, ik hoor zijn voeten in beweging komen en mijn hart valt bijna uit mijn lichaam van de spanning. Ik trek de deur open en sla deze weer meteen met een klap dicht, daarna ren ik naar een deur aan de rechterkant. Ik zie dat ik via die deur naar buiten kan, er zit alleen nog één deur in de weg. Ik ren naar die deur en probeer hem te open. Ik hoor dat de deur waar ik zojuist door heen ben gegaan open geslagen word en ik hoor zijn voetstappen dichterbij komen. Terwijl ik de deur probeer te openen merk ik dat deze op slot zit en ik begin heel erg te huilen. Ik draai me om en zie dezelfde onbekende man staan die ik eerder ook al eens heb gezien. ‘Waar dacht je naar toe te gaan meisje?’ Zijn blik staat donker en ik word er doodsbang van. Hij loopt op mij af en doet zijn handen om mijn keel.

Plaats een reactie